AD 27-3-2009


AD, 27-3-2009

Matthäus Passion als grote passie

 
Door ARNO GELDER
BUSSUM - De Matthäus Passion geldt op en rond Pasen als dé tophit van de klassieke muziek. Het getoonzette lijdensverhaal van Christus van Johann Sebastian Bach (1685-1750) trekt deze dagen in ons land louter volle kerken en concertzalen - de ‘Matthäus’ is een succesnummer dat allang niet meer is voorbehouden aan een religieuze elite.

Het gedragen werk, weet Pieter Jan Leusink, is in Nederland populairder dan ooit. De dirigent van The Bach Choir Orchestra of the Netherlands, vertolkt de Matthäus Passion dit jaar voor de 250ste keer. Sinds 1990 toert hij met zijn orkest, soms aangevuld met het Holland Boys Choir, door ons land. Er staan 22 uitvoeringen van Bachs meesterwerk op het repertoire.

,,Onze Calvinistische inslag is van grote invloed op de populariteit van de Matthäus,’’ zegt hij. ,,Maar ook voor mensen die geen religieuze beleving hebben vanuit een christelijke opvoeding, is het lijdensverhaal zó in deze wereld te plaatsen. Het is voor mij een van de indringendste composities, met een grote zeggingskracht en een monumentaal karakter. Een universeel verhaal, ook voor niet-kerkgangers.’’

Ook Ton Koopman, wereldvermaard Bachkenner en tevens dirigent, organist en klavecinist, meent dat het lijdens- en sterfverhaal van Jezus religie ontstijgt. ,,Het is het relaas van een jongeling die al op zijn dertigste de dood tegemoet treedt. De Matthäus is een sublieme dramatische vertelling, vol emoties en dimensies. De wanhoop van die jongeman die smeekt ‘Mein Vater, ist’s möglich, so gehe dieser Kelch von mir’ - ‘Mag deze kelk aan mij voorbij gaan....’ En zijn eenzaamheid als hij op Golgotha wordt gekruisigd.’’

Voor Sytse Buwalda loopt de ‘Matthäus’ al evenzeer als een rode draad door zijn carrière. De countertenor heeft meer dan 200 keer de altpartij gezongen - de eerste aria’s uit de Matthäus Passion vertolkte hij op zijn zeventiende. ,,Voor mij is het drie uur pure passie. Van Himmelhoch jauchzend tot zum Tode betrübt. De perfecte combinatie van bijna buitenaards mooie muziek, tekst, inspiratie en de altijd unieke wisselwerking tussen publiek en uitvoerenden. Een werk dat nooit hetzelfde klinkt. Geen vast omlijnde emotie, maar een achtbaan waarin alles door elkaar wordt gegooid met als resultaat angst, pijn, verdriet, vreugde, dood, maar bovenal leven.’’

Nederland kent een rijke Matthäus-traditie. In 1870 werd het oratorium voor de eerste keer vertolkt door Toonkunst Rotterdam. De grote dirigent Willem Mengelberg en de Nederlandse Bachvereniging te Naarden (’s werelds oudste barokgezelschap) zetten de stemmige traditie rond Pasen voort. Het begin ook van een reeks onuitroeibare clichés over Bachs magnum opus, vooral over de lengte van het werk (tegen de drie uur) en de ‘houten kont’ op de kerkbanken.

Countertenor Sytse Buwalda: ,,Ik hoef me niet op te laden voor een uitvoering. Je hebt steeds een nieuwe locatie, nieuw publiek, andere collega’s. Ik ben ook geen dag dezelfde. Vandaag zit je lekker in je vel, morgen misschien iets minder. Ruzie thuis? Leuk gesprek bij de bakker? Het kan allemaal van invloed zijn op je interpretatie.

,,Ik zing zonder bladmuziek, denk er niet bij na. Ik voel! Die gevoelens laten zich niet schematiseren, het komt gewoon. Wat komt, mag ik doorgeven aan het publiek. Veel zitten of staan - het maakt mij niet uit.’’

Met de populariteit van de Matthäus Passion tekenden zich tevens de eerste verschillen in opvatting over de muzikale interpretatie tussen de diverse uitvoerders af, een ‘stammenstrijd’ die tot op heden duurt. Ton Koopman behoort tot de puristen die vinden dat de koor- en orkestbezetting zo authentiek mogelijk het origineel dient te benaderen. ,,Je hoeft niet terug naar de kille temperatuur van de Thomaskirche in Leipzig waar op 15 april 1729 de eerste uitvoering was en mensen hun voeten warmden op stoofjes en halve handschoenen tegen de koude droegen. Maar het moet muzikaal kloppen: de koren, het orkest, de solisten. Met originele instrumenten als klavecimbel, viola da gamba, blokfluiten en oboe da caccia. Kwaliteit gaat voor alles.’’

Dirigent Pieter Jan Leusink: ,,Puristen vinden een uitvoering door ons Holland Boys Choir vaak maar niets, terwijl deze setting de meest oorspronkelijke is. Evenals bij de grote meester zelf worden de koordelen in onze uitvoering gezongen door louter jongens- en mannenstemmen.

,,Ik ben niet zo streng in de leer, geloof meer in het overbrengen van iets spiritueels waardoor het publiek ervaart wat écht bijzonder is. Voor mij zijn dat in elk geval de eerste twee regels van het koraal Wenn ich einmal soll scheiden. Dat is elke keer weer een emotioneel moment. Je voelt je eigen sterfelijkheid en die van je geliefden.’’

/

VR Media 2012©